Modernisme in de H. Hartwijk

hart3.jpg
hart6.jpg

Hasselt, tussen 1930 tot 1950 was mee met de architecturale vernieuwing.

Tijdens de wederopbouw na de Grote Oorlog, braken jonge architecten met de traditionele architectuur. Een Belgische pionier op dit vlak is Huib Hoste (1881-1957). Gevlucht naar neutraal Nederland, kwam hij in contact met het Nederlandse modernisme via Berlage en de Amsterdamse School. Bij zijn terugkeer naar België ontwierp hij een vroeg-modernistische kerk in Zonnebeke en een woning in Knokke-Heist. Beide ontwerpen kenmerkten zich door de gewijzigde verhoudingen, kleurgebruik en soberheid. Deze stijl riep heel wat controverse op. Zijn provocerende stijl vond ingang bij aankomende Hasseltse architecten als Arthur Baar, Sylvain Brauns, Charles de Kaesteker en Clement Vananderoye. Zij zullen in de H. Hartwijk ruimte krijgen om met de nieuwe bouwstijl aan de slag te gaan. Ook de grote modernist Léon Stynen (1899-1990) streek even neer in Hasselt. Hij werd vooral geïnspireerd door het werk van Le Corbusier.

In de architecturale vernieuwing werd gebroken met de wetten van de traditionele architectuur. Een gebouw werd herleid tot een eenvoudige constructie waarbij betonpijlers geleidelijk de baksteen vervingen. Materialen als beton, staal en glas maakten deze vernieuwingen mogelijk. Van bij het begin, vormden licht en ruimte de leidraad. We herkennen dit aan het gebruik van brede raampartijen die de buitenwereld naar binnen trekken en het ruimtegevoel vergroten. Ook het dak kreeg voortaan de functie van extra leefruimte. Met de expansie aan inwoners in de H. Hartwijk, kregen Hasseltse architecten de kans om te experimenteren met deze nieuwe architectuur. Vroeg-modernisme vinden we vooral in de Rozenstraat, de Stokerijstraat, de Koningin Astridlaan en de Kuringersteenweg. De gevels van deze woningen zijn de vertegenwoordigers van het Romantisch Kubisme, de Nieuwe Zakelijkheid en het Functionalisme.